Zorgwekkende relativatie
Sinds enige tijd begin ik me zorgen te maken. Niet om de economie, niet om de Mexicaanse Griep. Nee, om mezelf. Het lijkt wel alsof ik langzamerhand van gedachte begin te veranderen.
Ik rij een Toyota Mr2 van 18 jaar oud. De afgelopen 4,5 jaar heb ik zelf mogen ervaren hoe betrouwbaar Toyota is. Op een enkel incident na, die weinig kosten met zich meebracht, heeft de auto me nog nooit laten staan. Aan het uiterlijk heb ik e.e.a. licht aangepast zodat de auto zeker geen 18 jaar oud oogt. De auto is in 2001 geïmporteerd, dus ook aan het kenteken zou je het niet direct zeggen. En rijden doet hij nog uitstekend.
Toch begin ik me de laatste tijd pas echt te realiseren dat het geen nieuwe auto meer is. Ik heb altijd geroepen dat ik deze auto nooit meer wegdoe. En waarschijnlijk doe ik dat ook niet, maar feit blijft wel dat er zo af en toe kleine ergernissen bij komen. Gebruikssporen op de lak verhullen dat het geen jonkie meer is. Daarnaast is er uit het scharnier van de passagiersdeur een luide tik te horen wanneer je hem te ver opent. En binnenkort dienen een deel van de uitlaat en de radiateur vervangen te worden. Ook het leer van de stoelen is niet meer wat het geweest is. Deze punten drukken de glimlach die verschijnt tijdens het rijden soms.
Maar nu komt het deel waar ik me zorgen om maak: ik begin het steeds meer te relativeren door de auto als een gebruiksvoorwerp te beschouwen. “Ach, het brengt me van A naar B”, hoorde ik mezelf laatst tegen iemand zeggen. Van A naar B? Dat kan ook in elke willekeurige andere auto! Zorgwekkend! Straks stap ik ook nog van de gedachte af dat ik hem nooit meer weg doe. Nee, hou op, stop! Alsjeblieft. Anders rijd ik straks in een diesel stationwagen, puur uit praktisch oogpunt. Dan kan ik net zo goed mijn autoliefde aan de hoogste boom opknopen.